Spirometrie Testen

Er bestaan verschillendde testen die kunnen uitgevoerd worden met een spirometer. De belangrijkste zijn de geforceerde vitale capaciteit en de reversbiliteitstest.

Geforceerde Vitale Capaciteit - Flow-Volume Curve

flow-volume loop
een flow-volume curve

De geforceerde vitale capaciteit is veruit de belangrijkste en meest gebruikte spirometrie test.

Voor een goed resultaat gaat de testpersoon best zitten, hoewel de test rechtstaand ook mag uitgevoerd worden. Men ademt zo diep mogelijk in in de spirometer (mag rustig gebeuren), dan blaast men zo hard, zo snel en zo volledig mogelijk uit in de spirometer. Na de volledige, geforceerde uitademing wordt een tweede keer zo diep mogelijk ingeademd.

Dit manoeuvre moet minstens drie maal correct worden herhaald om een reproduceerbaar resultaat te bereiken. De meeste spirometers berekenen automatisch of de testen reproduceerbaar zijn.

De resultaten worden weergegeven in een flow-volume curve, een volume-tijd curve en een dertigtal parameters.

  • Flow-volume loop
    De flow-volume curve is de belangrijkste grafiek van de test. De vorm ervan geeft belangrijke informatie over de functie van de longen en de luchtwegen.
  • Volume-tiid grafiek
    Hoewel minder belangrijk dan de flow-volume curve, geeft de volume-tiij grafiek één van de belangrijkste waardes in de spirometrie: de één-seconde waarde (FEV1).
    De volume-tijd grafiek toont ook de nieuwere parameters FEV0.5, FEV3 en FEV6.
  • Parameters:
    De twee grafieken tonen veel informatie over de functie van de longen en luchtwegen. Elk punt op de flow-volume curve heeft een betekenis en kan worden uitgedrukt als een nummer. De belangrijkste parameters zijn:
    • FEV1 - de éénseconde waarde (Forced Expiratory Volume in 1 Second)
      Het volume dat werd uitgeblazen in de eerste seconde.
    • FVC - Geforceerde Vitale Capaciteit (Forced Vital Capacity)
      Het totale volume dat werd uitgeblazen tijdens de test.
    • Tiffeneau index
      FEV1/FVC x100
    • PEF - Piekstroom (Peak Expiratory Flow)
      Het maximale debiet (flow) die tijdens de test werd bereikt - de top van de flow-volume curve
    • FEF 25 -75
      Gemiddelde expiratoire debiet tussen 25% en 75% van het uitgeblazen volume (FVC).
    • Andere parameters
      Er worden momenteel ongeveer 30 parameters gebruikt en er komen er steeds nieuwe bij. Vermeldenswaardig zijn de FEF25, FEF50 en FEF75 (Flows op 25%, 50% en 75% van de FVC), FEV0.5, FEV3 en FEV6 (uitgeblazen volumes na 0,5, 3 en 6 seconds), PIF, FIV1, FIVC en inspiratoire Tiffeneau (parameters van de inspiratoire curves)

Reversibiliteitstest

Een reversibiliteitstest wordt uitgevoerd wanneer de resultaten van een FVC test tekenen van obstructief longlijden aantonen (Tiffeneau<70%).

Voor deze test ademt de patiënt een snel werkende bronchodilatator in (meestal 400 microgram salbutamol) en voert na minstens 15 minuten (de tijd die nodig is voor een optimale werking van het medicijn) opnieuw een FVC test uit. Het resultaat wordt vergeleken met de pre-medicatie test. Indien de FEV1 significant gestegen is vergeleken met de test voor de inname van het medicament heeft de patiënt waarschijnlijk astma. Vaak wordt een stijging van 12% als significant beschouwd.

Andere spirometrie testen

Andere spirometrie testen worden zelden of nooit uitgevoerd buiten een ziekenhuis.

De (trage) Vitale Capaciteit wordt op dezelfde manier uitgevoerd als de FVC maar traag en niet geforceerd.

De Maximale Vrijwillige Ventilatie wordt tegenwoordig bijna niet meer uitgevoerd.

Provocatie testen met een bronchoconstrictor, zoals histamine of metacholine, worden uitgevoerd om een astma aanval uit te lokken en mogen enkel worden uitgevoerd onder strikte supervisie en waar reanimatie mogelijkheden beschikbaar zijn.

 

© 2017 spirometers.nl | spiromètres.fr | spirometers.org
Template design by Andreas Viklund